G. Netzer, voetbalkunstenaar
Algemeen Dagblad - 2006Magie trekt die herfstavond over de Bökelberg. Het is woensdag 20 oktober 1971 en in de 42ste minuut van de Europa Cup-wedstrijd tegen Inter Milaan wordt Borussia Mönchengladbach een vrije trap toegekend. Günter Netzer ontfermt zich over de bal en wacht geduldig tot scheidsrechter Jef Dorpmans de misbaar makende Italianen van zich heeft afgeschud. Dan begint het ritueel. Alsof het om breekbaar kristal gaat, legt Netzer de bal met de grootste voorzichtigheid in het gras. De aanvoerder van de Borussen staart naar de plek die hem door Dorpmans is geduid, knielt, verlegt de bal luttele centimeters en gaat in gesprek met het zwartwitte leer dat zich die wonderbaarlijke avond zo volledig aan hem onderwerpt.
Netzer komt overeind, doet een paar passen naar achteren, aanloop, binnenkant rechtervoet tegen de bal, curve, goal. De Bökelberg zindert, 4-1 voor Borussia en op de perstribune brult de verslaggever van La Stampa in de telefoon dat alleen het uitvallen van het licht Inter nog kan redden. ‘Facchetti, Burgnich, onze kunstenaars van het verdedigen, ze worden overspoeld door verwoestende aanvalsgolven die maar blijven komen.'
Borussia Mönchengladbach is in 1971 een tamelijk nieuwe ster aan de Europese voetbalhemel. In Milaan maken ze zich niet druk om de Westduitse opponent in de tweede ronde van de Europa Cup der landskampioenen. ‘Mönchengladbach, is dat een voorstad van München?', klinkt het geringschattend vanuit het Inter-kamp. ‘En die Netzer', schampert ook de Italiaanse pers, ‘dat is toch die grillige, weergevoelige diva van het Duitse voetbal?'
Zeker, zeker, Günter Theodor Netzer, van 14 september 1944, is een momentenvoetballer, maar vaker goed dan slecht en niet zelden briljant. De playboy, Ferraririjder, uitbater van dancing Lovers Lane, maar bovenal voetbalkunstenaar, voert op 20 oktober 1971 de show van zijn leven op. Netzer is Dreh- und Angelpunkt, temporiseert en verdeelt het spel en is geen moment uit zijn evenwicht te krijgen. De kilte van de herfst deert hem niet, Milanees voetbalgeweld evenmin.
Borussia Mönchengladbach - Internazionale 7-1. Het is het grootste wonder uit de geschiedenis van de Europa Cup, maar in de statistieken niet meer terug te vinden. Alsof de tovenarij van Netzer een waanbeeld van zijn fans is geweest, of een Milanese angstdroom waar Inter klam bezweet, maar opgelucht uit ontwaakte. In de boeken staat immers dat de kampioen van Italië pas in de finale tegen Ajax ten onder is gegaan. Uitslagen tweede ronde: Inter - Borussia 4-2, Borussia - Inter 0-0.
Toch heeft de ultieme vernedering van Internazionale zich wel degelijk voorgedaan, maar het is evenzeer een feit dat het elftal van Sandro Mazzola die onwaarschijnlijke herfstavond is gered. Niet door het uitvallen van het kunstlicht, maar door de landing van een colablikje, op of naast Roberto Boninsegna. Bij de stand 2-1 zijgt de Inter-spits ter aarde. De diagnose van Dorpmans: aanstelleritis. Maar Boninsegna houdt de ogen gesloten en wordt vervangen. Inter speelt onder protest verder en een krachtige Italiaanse lobby doet de UEFA besluiten de 7-1 te schrappen.
In de return wordt Borussia over de kling gejaagd zodat Netzer op 1 december 1971 gebutst en met een 4-2 achterstand in Berlijn aan de aftrap staat. Vijfhonderd kilometer van huis moet Gladbach zijn thuiswedstrijd overspelen en van onderschatting bij Inter is dan al lang geen sprake meer. Net als in Milaan heeft de maestro met de lange manen het zwaar te verduren en de Britse scheidsrechter Taylor voelt er niets voor hem in bescherming te nemen. Nieuwe magie van Netzer blijft daarom uit en dat verklaart die 0-0 in de boeken.
Jaap Visser - 2006

