Het klopt van A tot Z
Nieuwe Revu - 06-12-'06De Co Adriaanse Zaal is gigantisch. Wat een ruimte. In het oude mediahok in De Hout kon je de kont niet keren, maar hier zou de pers een potje kunnen zaalvoetballen. Overal in het riante DSB Stadion is geanticipeerd op verdere groei van de hippe provincieclub, maar nergens zo royaal als in de perszaal. AZ is voorbereid op een invasie van voetbalverslaggevers.
Zelfs Toon Gerbrands valt nauwelijks op in de Co Adriaanse Zaal. Het is de maandag na Heerenveen-uit, een lastige klip die het Alkmaarse vlaggenschip op het nippertje wist te omzeilen. De algemeen directeur, twee meter en nog wat lang, zoekt nooit de publiciteit, maar gaat geregeld wel even buurten bij zijn vrienden van de pers.
Gerbrands heeft ‘m geknepen in Heerenveen, omdat het in het Abe Lenstra dezelfde kant leek op te gaan als een week eerder in de Kuip. Ook toen was AZ de baas op het veld, maar hielp het genoeg kansen om zeep om toch te kunnen verliezen. Voor het eerst in de vier jaar dat hij bij AZ zit, was Gerbrands ziek van een nederlaag. Helemaal toen in de bestuurskamer van Feyenoord champagne werd aangerukt. Champagne na een onverdiende competitiezege in november. Dan laat je toch zien hoe wanhopig je bent. De eerste de beste meevaller besprenkelen met champagne, de algemeen directeur van AZ schudt het hoofd en vraagt zich af of er eigenlijk wel een idee zit achter wat ze bij Feyenoord aan het doen zijn.
‘Goeie vent, Toon', zijn de vaste AZ-volgers van het Noord Hollands Dagblad, de Telegraaf en het AD het met elkaar eens. Eigenaar Dirk Scheringa haalde jarenlang de verkeerde trainers en de verkeerde managers naar AZ, maar met Gerbrands, de gewezen volleybalcoach, was het eindelijk bingo. Gold ook voor Martin van Geel, de technisch directeur die bij Willem II werd weggehaald. In de Alkmaarder Hout mocht AZ dan krap en sjofel behuisd zijn, Gerbrands en Van Geel schiepen er een topsportklimaat. Co Adriaanse werd trainer, en na hem Louis van Gaal. En toen Van Geel naar Ajax ging, haalde Scheringa bij RKC Marcel Brands weg. ‘Nog een keer bingo', aldus de AZ-watchers. ‘Bij AZ zitten nu allemaal gedreven vakmensen in plaats van zakkenvullers die Scheringa klauwen met geld hebben gekost.'
Barry Opdam heeft ze allemaal zien komen in De Hout, de verkeerde trainers en managers, en hij zag ze ook weer gaan, meestal met een fijne afkoopsom. De vrije verdediger, bezig aan zijn elfde seizoen in Alkmaar, werd onder Adriaanse international, maar speelde met AZ ook in de eerste divisie. ‘We hadden trainers die vanwege het mooie salaris bij AZ zaten en het verder wel best vonden. Het was allemaal behoorlijk vrijblijvend. De lat lag niet erg hoog.'
In de zee van ruimte die de perszaal biedt, zijn we precies onder de beeltenis van Adriaanse gaan zitten. Naast de trainer hangt een plaquette met taalvondsten die Co in zijn succesperiode bij AZ deed: woonerfvoetbal, scorebordjournalistiek, avondvoetballer. Opdam: ‘Ik weet er nog één: superpressie. Zo noemde Co de overrompelingstactiek waarmee we vaak een wedstrijd begonnen. Meteen na de aftrap probeerden we de tegenstander met de rug tegen de goal te zetten. Om zo diep mogelijk druk te zetten, speelde ik dan de eerste tien minuten bijna linksbuiten. Dat was superpressie.'
Na zijn ontslag bij Ajax, eind 2001, zat Adriaanse te mokken bovenop een Franse Alp. Het duurde even, maar uiteindelijk liet de verongelijkte trainer zich door Van Geel en Scheringa naar beneden lullen. In oktober 2002 kwam Co naar Alkmaar, om Henk van Stee op te volgen. De hoog aangeschreven jeugdtrainer van Feyenoord mislukte bij AZ omdat de spelers een loopje met hem namen.
‘Met Co werd alles anders', zegt Opdam. ‘Lol trappen was er niet meer bij, maar het spelplezier schoot omhoog. Het onderlinge partijtje aan het eind van de training werd een bloedserieuze oefening. Het was niet meer: en nou nog effe lekker een partijtje, nee, het was super geconcentreerd oefenen op de volgende tegenstander. De basisspelers tegen de reserves en de reserves moesten dan de speelwijze van de volgende tegenstander imiteren. Achter alles wat Adriaanse deed, zat een gedachte en hij dwong ons om met hem mee te denken. Ineens werd er op ons ingepraat en werden er eisen aan ons gesteld, hoge eisen.'
Nu Scheringa de slag te pakken heeft en zich in het DSB Stadion met topmanagers weet te omringen, gaat AZ met sprongen vooruit. Opdam heeft het zien aankomen. ‘Dirk heeft geleerd. In het begin wilde hij zich overal mee bemoeien en overal bij zijn. Hij wilde zelfs op de elftalfoto. Willem van Hanegem was trainer en die zei: "Niks ervan, geen voorzitter op de foto, ga maar met de andere bestuursleden bij elkaar zitten en laat maar een groepsfoto maken". Dat vond Dirk niet leuk.'
Opdam heeft de baas van AZ leren kennen als een volhouder en een man van zijn woord. ‘Ik zag het allemaal beter worden bij AZ, betere trainers, betere voetballers, betere managers. De club begon te groeien en te groeien. Toen zei Dirk tegen mij: ‘We zijn er nog niet Barry, je moet goed opletten, want er gaat echt iets moois gebeuren". Toen was ik er van overtuigd dat AZ een topclub zou worden. Want Dirk houdt altijd woord.'
Hoe zeer de FC Scheringa al top is, zie je aan de voorkeur van toptalenten. Die kiezen nu voor AZ, dat tot voor kort zijn betere voetballers nog aan de lopende band zag vertrekken. Opdam: ‘Er lopen bij ons nu spelers rond die naar Ajax hadden gekund. Die jongens kiezen voor AZ vanwege het voetbal, het professionalisme en de visie van de club. Een mooier compliment kan Scheringa niet krijgen.'
Op zijn dertigste heeft Opdam zijn verbintenis met AZ nog maar eens verlengd. Voor Barry geen buitenland in de herfst van zijn carrière. ‘Ik zou niet weten wat ik er zoeken moet. In Spanje of Engeland een beetje gaan zitten wachten op de volgende training of wedstrijd? Mij niet gezien. Ik kom het best tot mijn recht in een vertrouwde omgeving.'
Opdam heeft wordtel geschoten in zijn geboortegrond, de bollenstreek. Barry komt uit Lisse, halt uurtje rijden van Alkmaar. Hij is honkvast, zo erg zelfs dat hij van slag raakte van de verhuizing van De Hout naar het DSB Stadion, twee kilometer verderop. De nieuwe behuizing van AZ is oneindig luxueuzer, maar ook zakelijker. Opdam: ‘Ik hield enorm van De Hout. Alles liep er door elkaar, spelers, pers, supporters, personeel, leveranciers. Er was altijd drukte, altijd gezelligheid. Liep je van het trainingsveld naar de kleedkamer dan was het praatje links, praatje rechts, daar voelde ik me heel prettig bij.'
Ook prettig voor gewoontedier Opdam was dat hij De Hout kende als zijn broekzak. Daar profiteerde hij van in thuiswedstrijden. Speelde AZ vanaf de eretribune gezien van rechts naar links dan hoefde de vrije verdediger maar naar links te kijken of hij wist exact waar hij zich op het veld bevond. ‘ De EHBO zat halverwege onze helft. Kwam er een hoge bal en stond ik op één lijn met de EHBO dan wist ik dat ik ‘m kon laten lopen voor de keeper. Nu ben ik mijn oriëntatiepunten kwijt.'
In het DSB Stadion zoekt Opdam naarstig naar nieuw evenwicht. De roterende reclameborden bieden geen houvast, de stadiontrappen dan maar. Barry is er nog niet uit.
De perszaal draagt de naam van woordkunstenaar Adriaanse, de fanshop van Nygaard, Kristen, de Deense publiekslieveling van het AZ'67 dat in 1981 landskampioen werd. Naar de trainer van toen, George Kessler, is een sponsorlounge vernoemd en naar de topscorer van het vorige grote AZ, Kees Kist, trouwens ook. Maar wie kent ‘m nog ‘de Witte'? De man bij de deur in elk geval niet, vandaar dat Kist laatst zijn eigen lounge niet in kwam.
Verder zijn er in het DSB Stadion nog verwijzingen naar de oud-voorzitters Arie Ligthart (lounge) en Jan van der Ben (tribune) en uiteraard naar de gebroeders Molenaar (tribune), Kees en Klaas, de geldschieters die de eerste bloei van de fusieclub Alkmaar Zaanstraak bekostigden.
Toon Gerbrands: ‘Die namen benadrukken dat dit een voetbalstadion is, en geen multifunctioneel stadion. Dat was de belangrijkste les die ik heb geleerd van mijn omzwervingen langs Europese stadions: of je maakt een honderd procent voetbalstadion, of niet.'
Overal waar AZ de afgelopen jaren UEFA Cup speelde, klopte Gerbrands op de deur van de bestuurskamer. Zijn belangrijkste vraag: wat zou je veranderen als je het stadion nóg een keer mochten bouwen? Dat leverde een waslijst aan bruikbare tips op. Zoals: geen controlekamers ter hoogte van de middenlijn, want daar kun je zitplaatsen het duurst verkopen.
Het DSB Stadion mag dan één en al voetbal zijn, voor de oudgedienden van AZ is het al net zo wennen als voor Barry Opdam. Op woensdag, UEFA Cup-dag, zijn ze samengekropen in een hoek van de ook al zo royale Brasserie de Alkmaarder Hout. Het zijn katten in een vreemd pakhuis, de oud-spelers Hugo Hovenkamp, Peter Arntz, John Bosman, Max Huiberts, en de dit jaar gestopte Barry van Galen.
Scout Hovenkamp gooit zijn sleutelbos op tafel en vist er een loper uit. ‘Hier krijg ik deuren mee open en ik moet er nogal wat open naken voordat ik ben waar ik wezen moet. Het lijkt hier wel Fort Knox.'
Scout Van Galen: ‘Bij een wedstrijd zit ik tussen allemaal tachtigjarigen. Ik mag dan op leeftijd beginnen te komen, daar heb ik niks te zoeken.'
Scout Arntz: ‘ Ik heb gehoord dat ze een speciale ruimte gaan creëren voor oud eerste elftalspelers.'
Scout en spitsentrainer Bosman: ‘Een eigen ruimte? Als ze nou nog maar een AZ'er kunnen verzinnen om die ruimte een naam te geven.'
Scout en jeugdtrainer Huiberts: ‘Het schijnt de Henk van Stee-lounge te worden.'
Voetbalhumor gaat nooit over.
Altijd Zichzelf staat er op de visitekaartjes van het AZ-personeel dat belangrijk genoeg is om een visitekaartje van de club te hebben. Joost Bellaart, commercieel manager, Altijd Zichzelf. Maar als er nou één iemand is die heel goed in de huid van een ander kan kruipen en dat ook geregeld doet, is het Bellaart wel. Een spitsvondige regelaar met een vlotte babbel deze vroegere hockeyjongen. Voorbeeldje: de Nederlandse hockeyers werden in 1990 in het islamitische Pakistan wereldkampioen. Dat werd gevierd met een vloedgolf alcohol. Waar teammanager Bellaart al die drank vandaan haalde, was een raadsel, maar niemand die er van opkeek. ‘ Want Joost krijgt nu eenmaal alles voor elkaar.'
Behalve teammanager was hij ook clubcoach en zelfs bondscoach, maar dat liep uit op een spelersopstand. Te veel praatjesmaker Bellaart en iets te weinig coach. Bij IMG, het wereldwijde sportmarketingbedrijf, was hij beter op dreef. Toen Gerbrands hem vroeg de commerciële mogelijkheden van AZ in een nieuw stadion te becijferen, imponeerde hij Scheringa.
Bellaart stapte van IMG over naar AZ waar hij de merchandising en tv-rechten doet en de relaties met sponsors onderhoudt. In De Hout werd AZ gesteund door driehonderd bedrijven, in het DSB Stadion zijn dat er zeshonderd. Bovendien wordt de club niet langer gestut door de bedrijven van Scheringa, de DSB bank en Frisia financieringen, maar zorgen andere grote sponsors als Corus, Volkswagen, Quick, Kras stervakanties en Amstel voor een breder financieel draagvlak. De businessclub van AZ is zo onderhand het grootste ondernemersnetwerk van Noord-Holland. Bellaart: ‘Ik geloof dat ik hier maar eens een tijdje blijf zitten. Geweldig bedrijf AZ, the sky is the limit.'
Altijd Zichzelf, Dirk Scheringa hoeft er geen moeite voor doen. Ooit was hij veldwachter te Spanbroek, maar zo bekwaam in het invullen van belastingformulieren dat hij van geld zijn werk van maakte. Dirk werd een onvoorstelbaar rijke kredietverstrekker, maar ook als miljardair bleef hij zijn doodnormale ik. Toch heeft Scheringa een paar flinke eigenaardigheden: een eigen museum vol magisch realistische schilderkunst (Willink is Dirks favoriet) en een eigen voetbalclub, AZ dus.
Zijn Barry Opdam en Hugo Hovenkamp nog zoekende, Dirk Scheringa is al helemaal thuis in het Dirk Scheringa Stadion. ‘Kijk eens hier', zegt de voorzitter bij binnenkomst in de voorzitterskamer, waar nog een restje verflucht hangt. Een vitrinekast, vol snuisterijen: schalen, glazen, mokken, vaantjes, sleutelhangers, speldjes en stropdassen. Allemaal souvenirs die de voorzitter heeft gescoord bij AZ's Europese uitwedstrijden. ‘Zoiets vind ik nou ontzettend leuk.'
Is zijn stadion een beetje geworden van wat hij er zich van had voorgesteld? ‘Nou en of. Alles klopt, alles is geworden zoals wij het hadden uitgedacht. We hebben het beste veld van Nederland en het meest klantvriendelijke stadion. Er wordt hier niet met geld gesmeten, ik let op elke kop koffie die we uitschenken, maar er wordt nergens op bezuinigd. Alles heeft kwaliteit, de eikenhouten vloer in de brasserie is van echt eikenhout en de eikenhouten bar is ook van echt eikenhouten. Voor 90 eurocent kunnen de toeschouwers een eerlijke bak koffie krijgen, voor 1.80 een goed glas bier. Hier geldt dezelfde hoofdregel als bij mij in het bedrijf en in het museum: de klant is koning.'
Dirk Scheringa noemt zichzelf ‘ een jongen van de lange adem'. Hij heeft Elfstedentochten geschaatst. ‘Daar hoef je helemaal niet zo goed voor te kunnen schaatsen hoor, het is meer een kwestie van doorzetten en tegenwind weerstaan. Het is ook vallen en opstaan.'
Zakendoen, AZ leiden, voor Scheringa is het een Elfstedentocht rijden, volharden. ‘Bij AZ deed ik in het begin van alles verkeerd en ja, dat heeft me een hoop geld gekost. Maar ik heb er van geleerd.'
Een storm van protesten stak op toen Scheringa z'n plannen voor een nieuw stadion indiende. Tegenwind, aangewakkerd door winkeliers die vreesden dat zich concurrentie op het stadionterrein zou vestigen. Het werd een slepende kwestie waar de voorzitter zich nóg kwaad om kan maken. ‘Die protesten sloegen helemaal nergens op. Alles werd aangegrepen om de bouw op te houden. Tot aan de kleine modderkruiper toe. Die zou hier voorkomen, de kleine modderkruiper, en die moest beschermd worden.'
De cobitis taenia of kleine modderkruiper, een soort visje dat in zuurstofarm water, modder als het ware, weet te overleven. Scheringa: ‘Een diertje van, ja van niks dus eigenlijk. En daar verscholen die winkeliers zich achter. Zo laf. Van mij mogen er hier twintig banken bij komen, dan moet ik gewoon zorgen dat ik beter ben.'
Maar goed, Scheringa heeft het Scheringa Stadion en AZ kan zichzelf eindelijk bedruipen. ‘In de Hout moest er per jaar zeven miljoen euro bij, nu wordt er winst gemaakt.'
Maar Dirk is nog niet klaar. Als hij Noord-Holland er van overtuigd heeft dat AZ blijvend top is, zal hij het dak van het DSB Stadion liften en de capaciteit verdubbelen naar 36.000 zitplaatsen. Scheringa: ‘Vroeg of laat bereik ik al mijn doelen. Het doel met AZ is de nummer één van Nederland worden.'
Dat moet gebeuren, zo staat uitdrukkelijk in de taakomschrijving van de trainers, met aantrekkelijk en dominant spel, het voetbal zeg maar dat Marco van Basten er maar niet in krijgt bij het Nederlands elftal. Louis van Gaal lukt het wel bij AZ, alleen tegen Slovan Liberec even niet. Helemaal aan het eind van een rommelpot die het aankijken nauwelijks waard is, maakt invaller Julian Jenner met een subtiel stiffie de 2-2 die AZ verder brengt in de UEFA Cup.
Opluchting in de Amstel Lounge waar de AZ-fans met een dikke portemonnee na afloop hun biertje doen. Opvallende verschijning tussen het Noordhollandse ondernemersvolk: Co Adriaanse. Na één seizoen met twee hoofdprijzen (landstitel en beker) hield hij het voor gezien bij Porto en zolang hij zonder werk zit, is Co AZ-fan.
Deelt Adriaanse de overtuiging van Scheringa, dat AZ eens de nummer één van Nederland zal zijn? Co wiebelt wat met het hoofd. ‘Het zou kunnen, de voorwaarden zijn aanwezig. Er is geld, er is visie, zowel op voetbalgebied als op commercieel gebied. AZ heeft een fantastische trainer en ook hele goede assistenten en jeugdtrainers. De organisatie is top met ijzersterke managers op cruciale functies. Het stadion is top, evenals het trainingsveld en het jeugdcomplex. AZ heeft alles in huis om Scheringa's doel te verwezenlijken, dat wel.'
Toch wekt Co's hoofdschudden de indruk dat hij twijfelt. ‘Er is één moeilijkheid. Wat na Van Gaal? Louis heeft het bij AZ geweldig naar zijn zin, maar hij werkt hier natuurlijk wel onder zijn niveau. Als hij weg gaat, wat moet AZ dan? Een soortgelijke trainer halen, één die past in de lijn Adriaanse - Van Gaal. Maar is die er? Ik zou het zo één, twee, drie niet weten. Daar zit ‘m toch een kneep.'
Wild geraas in De Hout. Wind en regen teisteren Alkmaars stadspark. Raar gezicht, vanaf de Sportlaan kijk je zo op de roomse begraafplaats Santa Barbara. Klein stukje maar tussen de weg en de zerken. Nauwelijks voor te stellen dat hier een stadion heeft gelegen. De bulldozer heeft de sporen van een halve eeuw profvoetbal weggevaagd.
Na een week vol doffe ellende in het Nederlandse voetbal is AZ - Excelsior een vrolijk uitje. In het schemerduister van een naargeestige novemberzondag laat de ploeg van Van Gaal het volle stadion aantrekkelijk en dominante voetbal zien: 5-0. Je rijdt er trouwens zo naar toe, naar het DSB Stadion, en je bent ook zo weer weg. Hebben we te danken aan Toon Gerbrands die voordat hij volleybalcoach werd, bij Rijkswaterstaat zat. De algemeen directeur was ooit manager van een stuk snelweg, de A4 voor Schiphol langs. Ook achter de verkeersafwikkeling bij het AZ-stadion zit een gedachte, die van Toon.
Jaap Visser - 06-12-'06

