Visser in de sport - een site voor lezers

Bibliotheek

Hieronder vindt u links het door u geselecteerde artikel of het meest recente. De rechter kolom geeft bovenaan de lijst van alle artikelen op de site en daaronder heeft u de mogelijkheid een reactie achter te laten of de reacties van andere lezers te bekijken.

 

Het leven is één grote wedstrijd

Sport International - november 2006

wennemars'Ja hallo, met Erben. Ik bel je terug omdat ik daar nu even de tijd voor heb. Van mijn voicemail begreep ik dat je wilt afspreken.'

 

‘Klopt. Ook hallo trouwens. Wat hoor ik dan allemaal? Verkeersgeluiden, fluitende vogels, rij je in een cabrio of zo?'

‘Nee man, ik zit langs de weg. In de berm, zonder benzine.'

 

‘Zonder benzine? Hoe krijg je dát voor elkaar?'

‘Nou gewoon, net zo lang doorrijden tot het op is. De uitdaging met de benzinemeter aangaan. Het lampje brandt, maar tot het uiterste proberen vol te houden. Gaat een keer mis natuurlijk. Ik was bijna thuis.'

 

Rare vogel toch die Wennemars. Kleurrijk, maar ook typisch, je zou kunnen zeggen: prettig gestoord. Kees Roeiboot, weet u nog? Vroeg je aan de beginnende schaatser Erben Wennemars: ‘Hoe heet jij nou eigenlijk precies?', dan kon hij antwoorden: ‘Roeiboot. Kees Roeiboot.' Om het de mensen die nogal moeite met zijn naam hadden wat makkelijker te maken.

 

Ard en Keessie, Schenk en Verkerk dus, waren van het volk. Sindsdien, de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, is eigenlijk alleen Hein vergeer nog zo hartstochtelijk door het publiek omarmd. Het sprintfenomeen Erben Wennemars komt in de buurt. Mooie, open sportman, bloedfanatiek en altijd wat te melden. Ook al struikelt hij over zijn woorden. Is in zijn geval zelfs een pré. Holderdebolder over het ijs, holderdebolder in een televisie-interview. Zijn ongeduld in het schaatsen en praten heeft iets aanstekelijks. Kijken en luisteren naar Wennemars maakt onrustig. De adrenaline komt los.

 

Een krappe week na het telefoongesprek zit de vorig jaar in het ongerede geraakte sprintkampioen in een hotel nabij Utrecht. Zijn ploeg TVM houdt er trainingskamp, een vluggertje in eigen land. Behalve tweevoudig wereldkampioen is Wennemars ook tweevoudig vader en dan kan een nachtje er tussenuit best aangenaam zijn. Na training en verzorging resteert er tijd voor andere zaken. Zoals?

‘Regeldingetjes. En een interview dus.'

 

Hoe is het je vergaan na die nederlaag tegen de benzinemeter? Nog lang moeten wachten?

‘Mwah, viel mee. Ik heb uiteindelijk wel een vriend moeten bellen, want iedereen reed me voorbij. Zwaaiend. Het was vijfhonderd meter voor Zwolle, op een druk punt waar veel bekenden langs komen. Het was prachtig weer en niemand kwam op het idee dat ik wel eens panne zou kunnen hebben. "Hé, daar heb je Erben. Kijk ‘m eens lekker in het gras zitten. Doei Erben. En ik terugzwaaien. Ik zat ook best wel lekker in dat gras.'

 

Vond je het niet zonde van je tijd?

‘Dat zou ik vroeger wel hebben gevonden. Vroeger was ik in paniek geraakt. Nu dacht ik: "Wat zou ik eens kunnen gaan doen?" Ben ik op m'n gemak met Jan en Alleman gaan zitten bellen. Heel relaxed.'

 

Je bent dus kalmer geworden. Kwestie van ervaring?

‘Dat denk ik. Ik heb nu zo veel gezien en zelf ondergaan dat ik het allemaal beter snap. Ik weet ook wat er in mijn sport kan gebeuren en hoe je daar het beste mee om kan gaan. Ik heb overzicht en dat geeft rust.'

 

Overzie je ook wat achter je ligt?

‘Absoluut. Het is ook leerzaam om af en toe om te kijken. Dat besef je ook als je ouder wordt. Ik begrijp nu dat een carrière uit episoden bestaat en dat elke episode z'n eigen waarde én waarheid heeft?'

 

Wat bedoel je daar mee?

‘Ik ben gaan inzien dat er meer wegen naar Rome leiden. Heb je Peter Mueller als coach dan is his way the only way. Ik was een jonge hond toen en Peter paste heel goed bij mij. Let me do the thinking, you do the skating. Het werkte fantastisch. Mueller deed alles op gevoel en het was bij hem je reinste rock & roll. Keihard werken plus dikke lol. Wat een energie. Alleen was het na vijf jaar op. Helemaal op.'

 

Toen werd het Jac Orie, Muellers tegenpool zo ongeveer.

‘Laat dat zo ongeveer maar weg. Jac is één en al wetenschap. Alles moet bij hem verklaard kunnen worden. Alles moet meetbaar zijn. Maar van hem kreeg ik wel de antwoorden die ik van Mueller nooit kreeg. Orie legde uit waaróm ik een oefening moest doen en waaróm ik een knie anders moest bewegen.'

 

Wetenschappelijk gestuurd werd je twee keer wereldkampioen, maar vorig seizoen liep het compleet in het honderd. Kreeg de wetenschapper nou geen vat meer op jou, of had jij geen boodschap meer aan zijn wetenschap?

‘Daar gaan we het dus niet meer over hebben. Kost me te veel negatieve energie. Ik heb besloten om één keer mijn verhaal te doen over de breuk met Orie en dat is gebeurd. In Sportweek.'

 

Maar daarin zeg jij eigenlijk alleen maar dat je er niks van begreep. Je voelde je overbodig in de ploeg van Orie en toen je dat liet blijken, ben je aan de kant geschoven.

 

‘Ja en meer valt er ook niet te vertellen.'

 

Maar mag ik even? Je hebt ooit gezegd: ‘Jac en ik zijn geen vrienden en zo kunnen we objectief blijven. Als het tussen hem en mij is uitgewerkt, kunnen we normaal uit elkaar gaan, zonder heftige emoties.'

‘Wanneer heb ik dat gezegd, en tegen wie?'

 

Dat heb jij drie jaar terug tegen mij gezegd.

‘Nou zo dacht ik er toen ook over. Ik heb me vergist. Ik weet nog steeds niet wat ik nou volgens hem verkeerd heb gedaan. Maar ik wil daar niet over uitweiden. Anders word ik zo'n Youri van Gelder, de turner. Hij en zijn coach zijn ook uit elkaar en daar blijft hij maar over door emmeren. Elke keer komt hij er op terug. Maar zo komt hij geen steek verder. Hij blijft er in vast zitten. Ik wil dat pertinent niet. Dat boek is nu dicht en ik ben al lang weer aan een nieuw boek begonnen.'

 

Gerard Kemkers, zit die ergens tussen Mueller en Orie?

‘Die zit daar heel erg tussenin ja. Kemkers volgt een rechte lijn, maar durft daar wel van af te wijken. Als het handig is om de rechte lijn te verlaten, om even een kronkeltje te maken, kan dat. Als je uiteindelijk maar weer terugkeert bij de rechte lijn. Kemkers is voor mij de juiste trainer in deze episode van mijn carrière.'

 

En de ploeg, TVM? In een andere episode deed je daar nogal denigrerend over. Beetje een duf zooitje vond je het. Een ploeg zonder uitstraling.

‘Dat was mijn waarheid toen. Ik heb dat geroepen om de behoorlijke chaos die het binnen mijn eigen ploeg was goed te keuren. Bij ons was het lekker losjes en bij dat TVM was het veel te strak georganiseerd, te stijf.'

 

Dat zie je nu anders.

‘Het is ook anders. TVM is niet stijf, niet overgeorganiseerd, maar uitstekend gestructureerd. De schaatsers passen bij elkaar en vullen elkaar aan. Iedereen is

ook bereid om keihard voor een ander te werken.'

 

Voor een ander te werken? Wat gaan we nou beleven, schaatsen is toch zeker gewoon een individuele bezigheid?

‘Ja, ja, maar op de training kun je veel voor elkaar doen. Zo heb ik voor het duurwerk hartstikke veel aan Carl Verheijen en Sven Kramer en voor het sprintwerk aan Beorn Nijenhuis en Jan Smeekens. Ik profiteer van hen en probeer ze terug te betalen. Dat werk. Bij TVM loopt dat prima omdat de ploeg zo uitgebalanceerd is. Er is goed over de samenstelling nagedacht. Niet zo van: hoe krijg ik de beste schaatsers bij elkaar? Nee, meer van: hoe krijg ik zo veel mogelijke goede schaatsers bij elkaar die elkaar aanvullen. Ook qua karakter.'

 

Goed dan, moordploeg dat TVM, het beste wat je ooit hebt meegemaakt.

‘Het beste wat me na de breuk met Orie kon overkomen. Maar alle ploegen die ik heb gehad, waren geweldig, op hun manier. Ik heb bij Spaarselect gezeten, een ploeg uit het zuiden bij Sponsorloterij uit Amsterdam en nu bij een ploeg uit het oosten, uit mijn buurt. TVM is no nonsense, gezellig en dat kan ik nu goed gebruiken. De baas van TVM, Arjen Bos, is een oprecht geïnteresseerde sponsor. Leuke vent ook. Ik ben zelfs al bij ‘m thuis wezen barbecuen. Kijk mij nu hier eens zitten in mijn TVM-shirt. Dat doe ik voor hem, voor de ploeg. Dat had ik een paar jaar terug never nooit gedaan, in mijn vrije tijd een polootje van de sponsor aantrekken.'

 

Je wordt 1 november 31. Waar wil deze routinier nog naar toe sprinten?

‘Naar de overwinning. Zo vaak mogelijk. Ik wil winnen, winnen, winnen en wat maakt me niet uit. Nou ja, ik win liever een Worldcupwedstrijd dan Kraantje Lek natuurlijk, maar ik wil het liefst achter elkaar die armen in de lucht gooien. Machtig gevoel is dat, die heerlijke ontlading. De WK sprint in Hamar is dit seizoen het doel, maar op weg daar naar toe wil ik zo veel mogelijk overwinningen meepakken. Ik ben terug bij de oude strategie: pakken wat je pakken kunt. Vorig seizoen heb ik best vaak op het podium gestaan, maar niks gewonnen. Helemaal niks. Ik liet geregeld een wedstrijd lopen voor het hogere doel en dan zat ik thuis voor de buis te kijken naar de jongens die ‘m wel reden. Werd ik helemaal gek. Dat kostte me meer energie dan een even een 500 meter rossen.'

 

En na dit seizoen?

‘Carpe diem. Ik heb een contract voor twee jaar en pluk de dag. Na die twee jaar zie ik wel verder. Misschien ga ik door, misschien ga ik marathons rijden en zo nu en dan zuipen met vrienden in Zwolle. De komende twee jaar zal ik nadenken over het leven na het schaatsen. Vroeger dacht ik: afscheid nemen begint zodra je over de toekomst gaat nadenken. Want dan ben je er niet meer volledig mee bezig, dan ben je aan het verzaken. Bullshit. Van niet nadenken word je volgens mij eerder slechter. Omdat je niet wilt nadenken, word je bang voor wat er op je af komt.'

 

Lekker schaatsen met de rust in de kop die het mogelijk maakt om toekomstplannen te smeden.

‘Precies. Maar ik ben nog wel erg ambitieus hoor. Alleen dat opgefokte is er af.'

 

Je bent ook benaderd voor een biografie, leven en werken van de schaatser Wennemars. Ga je daar aan meewerken?

‘Voorlopig niet. Ik ben nog niet klaar en dan moet je zoiets niet doen. Daar kunnen ongelukken van komen. Ik weet nu dat zaken door de tijd anders kunnen komen te liggen. Drie jaar geleden zou ik Mueller hebben afgemaakt, maar nu oordeel ik veel genuanceerder over hem.'

 

Nu zou je Orie afmaken.

‘Nou ja afmaken. Ik zou misschien wel dingen zeggen waarvan ik over een tijdje zeg: "Nee, dat lag toch anders". Ik heb rust en overzicht, maar sommige dingen moeten nog in het juiste perspectief komen. Dat duurt even.'

 

Winnen, als het maar even kan. Ook van de benzinemeter?

‘Nou en of. Het was de eerste keer hoor dat ik van ‘m verloor. Het leven is één grote competitie. Ik zoek overal uitdagingen in. Als ik tafeltenniste met mijn broertje en het werd 21-10, dan wilde ik de volgende game met 21-8 winnen. Dat was de wedstrijd die ik er van maakte. Maar niet op een vervelende manier. Ik kan ook best tegen mijn verlies. Ik ben niet blind voor de schoonheid van andermans presteren. Ik herinner mij de wereldrecordraces van Shimizu op de 500 meter waar ik in zat. Die verloor ik, maar het waren wel historische races. Mooi.'

 

Wanneer begon dat, die uitdagingen zoeken?

‘Dat is er altijd geweest. Vroeger op de fiets naar school was elk hectometerpaaltje een uitdaging. Dat paaltje moest eerder worden gepasseerd dan die achteropkomende auto. Die tic zal nooit meer weggaan. Trouwens, die benzinemeter heb ik al weer een paar keer flink teruggepakt.'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jaap Visser - november 2006

Reacties (0)

Naam:
Email:
 
kopieer:
 

 

Wordt de pagina niet goed weergegeven in uw browser, of wilt u deze pagina uitprinten? klik hier.