Lange Lieuwe, keeper met lef
Algemeen Dagblad - sept. 2005BIJ DE DOOD VAN LIEUWE STEIGER, DOELMAN VAN PSV EN HET NEDERLANDS ELFTAL
Het was een Weense wals waarmee Rapid op woensdag 21 september 1955 PSV voorbij danste. Het Europa Cup-debuut van een Nederlands clubteam liep uit op een deceptie: 6-1. En dat terwijl de Eindhovenaren voor rust nog wel gelijk op waren gegaan met het fameuze Rapid. Tenminste, in de score. Op de snelle openingstreffer van Alfred Körner was na ruim een kwartier zowaar de gelijkmaker van Piet Fransen gevolgd. Daarna werd PSV weliswaar in de verdediging gedrongen, maar Lieuwe Steiger hield zijn doel tot aan de rust verder keurig schoon.
Maar toen begon die Weense wals. Oostenrijk was in de jaren vijftg een voetbalnatie van gewicht. Nederland niet. Rapid Wien had geweldenaars als Alfred Körner, Ernst Happel, Robert Kaffka, Gerhard Hanappi, Robert Dienst en keeper Walter Zeman. Er was voor PSV in de tweede helft geen houden meer aan. Rapid ging draaien en scoren: Mezsaros 2-1, Hanappi 3-1, Halla 4-1, Körner 5-1 en 6-1.
Slechts één PSV'er oogstte in Wenen applaus, routinier Steiger. Vijftig jaar na Neerlands eerste Europa Cup-wedstrijd is hij merkwaardig genoeg de enige overlevende van het elftal met onder andere Roel Wiersma, Coen Dillen en Toon Brusselers.
Terugblikken? Volgens Steiger valt er niet zo bar veel terug te blikken. ‘Want er zijn geen beelden van en zelf weet ik er ook geen donder meer van. Ik kan me alleen herinneren dat we er in Wenen eigenlijk geen moment aan te pas kwamen. We hebben de hele wedstrijd onder druk gestaan. Maar je kunt best langs komen hoor, want een praatje voetbal mag ik nog graag doen. Ik hou het ook nog allemaal ontstellend bij, het voetbal van nu.'
De 81-jarige vraagt of ik hem ‘maar zo'n beetje wil tutoyeren'. Dat u en meneer schept zo'n afstand. ‘Ik ben dus Lieuwe en niet meneer Steiger. Alsjeblieft.'
Lieuwe Steiger, gekrompen is hij niet met de jaren, want zijn gestalte is nog even rijzig als op die schitterende jaren vijftig-foto's. Hij was niet alleen de keeper van PSV, maar ook zeven keer van het Nederlands elftal. Er hadden meer interlands op zijn conto kunnen staan, ware het niet dat er in die tijd geduchte concurrentie bestond: Piet Kraak van Stormvogels, Wim Landman van Sparta en Frans de Munck van Fortuna '54. Bovendien draaide het leven van de gestudeerde Steiger niet geheel en al om voetbal. Hij had ook de zaak, een niet gering adviesbureau voor koeling en verwarming. Zo kon het gebeuren dat Lange Lieuwe tijdens Zweden uit er met de kop niet helemaal bij was. Op de zaak speelde een omvangrijk logistiek probleem en het was aan de directeur om daar een oplossing voor te bedenken. Het werd 6-1 voor Zweden. Steiger blunderde weliswaar niet, maar hij keepte een verre van vlekkeloze wedstrijd.
De naam Lieuwe komt van zijn Friese opa en toen hij vijf was, trok het gezin vanuit Haarlem naar Eindhoven omdat vader Steiger bij Philips ging werken. Lieuwe werd keeper bij PSV en leerde zichzelf de noodzakelijke vaardigheden aan. ‘Van keeperstrainers hadden ze in die tijd nog nooit gehoord. Je deed maar wat. Je oren en ogen de kost geven en goed opletten als je eens het geluk had een grote keeper aan het werk te zien.'
Steiger ontwikkelde zich met zijn ruim één meter negentig tot een keeper die uit zijn doel durfde te komen. Hij imponeerde de aanvallers van de tegenpartij, zoals Leo Canjels, de productieve spits van NAC. ‘Die kwam ik jaren nadat ik was gestopt nog eens te spreken en hij zei: "Lieuwe, ik heb toch altijd zo'n schrik van je gehad". Ik: "Hoe dat zo? Ik heb je toch nooit iets aangedaan?" Hij: "Nee, dat niet, maar als jij je doel uit kwam dan moest je wegwezen. Als de donder".'
Een doelverdediger, was Steiger al een halve eeuw geleden van mening, moet niet alleen ballen tegenhouden, maar het hele strafschopgebied bestrijken. ‘Overal waar hij zijn handen mag gebruiken, moet hij zich manifesteren.' In het moderne voetbal ziet hij nog maar zelden keepers die de baas zijn in de lucht. ‘Misschien komt het door die ballen van tegenwoordig, of aan de manier waarop ze worden getrapt, in elk geval durft bijna niemand meer zijn hok uit te komen bij een hoge voorzet. Gomes, van PSV, zie ik het nog wel eens doen. Die heeft lef en dat bevalt mij wel.'
Heersen in de doelmond en tot ver daar buiten deed Steiger in de return tegen Rapid, een dikke maand na de afgang in Wenen. Op dinsdag 1 november 1955 speelde PSV een ijzersterke wedstrijd tegen de Oostenrijkers die het in Eindhoven zonder hun geblesseerde verdedigingsleider Happel moesten stellen. Het was dat keeper Zeman in grootse vorm verkeerde anders had zich in het Philips Stadion wel eens een mirakel kunnen voltrekken. Na negen minuten stond het al 1-0 door een treffer van alweer Fransen, maar daar bleef het bij.
Hoewel de 1-0 nederlaag Rapid geenszins deerde, werd PSV in de krantenverslagen alom bejubeld. De teneur was dat er vermoedelijk nog nooit zo kundig en wilskrachtig was gespeeld door een Nederlands clubteam. Ook de spelers zelf waren euforisch. Steiger: ‘Trots overheerste. Voor ons gevoel hadden we een wereldprestatie geleverd. Dat we waren uitgeschakeld, zei niemand iets. We waren tegen een fameus elftal boven onszelf uitgestegen. Dat was het enige dat telde. We hadden een prachtig avontuur beleefd. Klaar, uit.'
Voor Steiger bleef het bij twee Europa Cup-wedstrijden. PSV keerde pas na de landstitel van 1963 terug in het toernooi dat toen al was uitgegroeid tot een machtig evenement en een waarlijke krachtmeting van landskampioenen.
Na zijn pensionering als keeper trad Steiger toe tot het bestuur van PSV. Op voorspraak van Frans Otten werd hij vice-voorzitter. Met de legendarische president-directeur van Philips kon Steiger geweldig overweg. ‘Otten respecteerde het dat ik niet bij Philips kwam werken, maar als zelfstandig ondernemer ongebonden wilde zijn. Dat ik mondig en kritisch was, waardeerde hij ook. Wel heeft hij mij één keer op het matje geroepen. Ik had het bestuur een brief geschreven omdat de technische commissie, die de opstelling maakte, te veel met elftal hanneste. "Het moet afgelopen zijn met dat gedonder", schreef ik. "De spelers willen een vaste opstelling". Ik kreeg een uitbrander van Otten. Hij zei dat ik misschien wel gelijk had, maar dat ik niet meteen de deur in het slot had moeten gooien. Ik had ‘m op een kier moeten zetten.'
Steiger steekt een hand uit en wijst met de ander op een gouden ring waarin een anker is gegraveerd. ‘Die heb ik van Otten gekregen. Ik behoor tot de ankerclub. Otten had een groepje vertrouwelingen om hem heen en die heeft hij allemaal zo'n ring gegeven. Hij was een genereuze man en buitengewoon attent. Elke keer als we met PSV naar het buitenland gingen, vonden we op onze hotelkamer een attentie van Philips. Een envelop met daarin een welkomstboodschap, een plattegrond van de stad waar we waren en een waardebon voor het een of ander. Dat was het werk van Otten, een baas die zorgde voor al zijn mensen.'
De heer Frans overleed in 1969, Dillen in 1990, Wiersma in '95 en Brusselers dit voorjaar. Steiger is de enige speler die nog kan verhalen van de wedstrijden tegen Rapid Wien. Is hij alleen met zijn herinneringen? ‘Dat dacht ik niet. Ik word nog geregeld herkend. Laatst, bij de Albert Heijn in Waalre, werd ik aangeklampt. "Meneer Steiger, Lieuwe, mag ik u even vastpakken? Ik heb altijd zo van u genoten". Mooi hoor, om dat als tachtiger mee te maken.'
Jaap Visser - sept. 2005

