Kluiverts aller, allerlaatste kans
Nieuwe Revu - september 2006
Zou hij het nog kunnen, die wondermidvoor die Ajax als tiener naar de Europa Cup punterde? Die goal in Wenen was het beste én het slechtste wat Patrick Kluivert kon overkomen. Het zondagskind raakte in hoger sferen en werkte zichzelf akelig in de nesten. Op zijn dertigste bij PSV kunnen er twee dingen gebeuren: of hij voetbalt die onderkin er af, of hij wordt Eindhoven uit gefloten.
Zijn rentree in de eredivisie, zondag tegen Feyenoord, was schoorvoetend, maar zeker niet slecht. In twintig minuten maakte invaller Kluivert één ding duidelijk: het fijnzinnige balgevoel is er nog. De 2-1 zege van PSV was niet zijn verdienste, maar het thuispubliek onthaalde hem met klaterend handgeklap. Bij PSV hebben ze niet zo'n moeite met ex-Ajacieden. Onder anderen Kieft, Vanenburg, Lerby, Arnesen en de huidige trainer, Ronald Koeman, werden in Eindhoven beter dan in Amsterdam.
Waar ging het mis met Patrick Kluivert? En wanneer? Moeilijk te zeggen, maar dat 14 mei 1995 het keerpunt in zijn prille leven was, staat vast. De winnende treffer in de Champions League-finale tegen AC Milan was als een vroegtijdige ejaculatie. Zijn carrière was nog maar net begonnen, maar de achttienjarige had zijn hoogtepunt al beleefd.
In 2006 wordt Kluivert eerder gezien als een mislukkeling dan als de wereldspits die hij bij Ajax en Barcelona was. Bij Newcastle United verprutste hij zijn laatste kans, bij Valencia zijn allerlaatste. Maar verdomd, bij PSV krijgt hij er nog één, zijn aller, allerlaatste. Heeft het dartele joch van weleer voldoende veerkracht om zichzelf uit de shit te trekken? Kan Patrick Kluivert afzien, zichzelf pijn doen? Zijn autobiografie doet vermoeden van niet. Het ligt namelijk niet aan hem, maar aan de grote, boze wereld die tegen hem samenspant.
‘Ik vind het heel raar dat de bondscoach de topscorer aller tijden van het Nederlands elftal gewoon links laat liggen. Hij had toch even kunnen bellen. Marco van Basten wilde niets over me weten. Nee, sociaal gedrag kun je dat niet noemen.'
Elsevier, mei 2006
Ten tijde van Ajax' triomf in de Champions League was de zo jonge matchwinner een open boek. De guitige Kluivert, dat schitterende talent, was voor iedereen aanraakbaar, én aanspreekbaar. Maar door zijn gestuntel buiten het veld sloegen golven kwade publiciteit over hem heen. Dat was schrikken. Hij werd kieskeuriger in zijn perscontacten en wat bedachtzamer bij het flierefluiten. De uitspattingen niet zo open en bloot meer. Hij verspeelde het vertrouwen van zijn vrouw, de steun van zijn trainers en de gunst van het publiek. Maar het lukt hem niet toe te geven dat hij verkeerd bezig is. Dat wordt hem ook niet gezegd door zijn adviseur, de fiscalist Paul Foorste. Die houdt zijn topcliënt onverminderd de hand boven het hoofd. ‘De media zijn heel ongenuanceerd bezig', is een standaardzinnetje van Foortse geworden. ‘Ze proberen Patrick te raken waar ze hem maar raken kunnen.' Het is kenmerkend voor het kamp Kluivert. Het ligt aan de anderen. Dat het de laatste jaren met die fonkelende carrière zo rap bergafwaarts is gegaan, is de schuld van journalisten, (bonds)coaches en een rancuneuze one night stand.
Geen interviews meer, besloot Foortse toen Kluivert dit jaar een dolende tussen de reserves van Valencia was geworden. Op een enkele uitzondering na. Hugo Camps mocht namens het weekblad Elsevier even neerknielen bij de gevallen ster. De Vlaamse woordkunstenaar maakte van Kluivert een olijke routinier die tot grote inzichten was gekomen. Speels, dat nog wel, maar niet langer ongeremd. Een vrolijke jongen van bijna dertig die door het leven een paar keer ongenadig is getackeld. De gerijpte Kluivert kan genieten van klein geluk, de zon die schijnt, verrukte kindergezichten bij een circusvoorstelling.
Camps liet hem zeggen: ‘Ik ben nog steeds gelovig. Ik weet dat er iemand is die alles overziet. Nee, troost ga ik bij Hem niet zoeken. Troost krijg je van de mensen om je heen. Een aantal mensen is mij altijd trouw gebleven. Daar ben ik dankbaar voor. De ene dag word je geëerd en de volgende dag gaan ze met de zeis over je heen.'
Zoals Marco van Basten, de onbarmhartige bondscoach.
‘Dit boek moet een document worden dat mij ontzettend oplucht en mijn zoontjes er altijd bij kunnen pakken als ze wéér iets negatiefs over hun vader horen.'
Kluivert, de autobiografie
Het interview dat Foortse aan Elsevier gunde, was stap één in het grote charmeoffensief. Terwijl het Nederlands elftal zich voorbereidde op het WK presenteerde Kluivert in Krasnapolsky het boek dat alles goed zou maken. De cover vermeldde dat het om een autobiografie ging, maar Kluivert bleek de weerslag te zijn van een drie weken durend interview. Telegraaf-journalist Mike Verweij had al die tijd aan Kluiverts keukentafel in Valencia gezeten.
In het voorwoord wordt al pijnlijk duidelijk welke kant het op gaat. Kluivert praat van zich af in de hoop dat het hem oplucht. Hij belooft het boetekleed te zullen aantrekken, maar zegt in één moeite door dat er zaken recht gezegd moeten worden. Dan weet je dus als lezer meteen waar je aan toe bent. Je krijgt niet dé waarheid te lezen, maar de waarheid van Kluivert, de beklagenswaardige die zaken recht zal zetten.
Wat volgt is een deerniswekkende monoloog van 250 pagina's. Nou en of hij wroeging heeft van die dolle autorit met fatale afloop. En van de orgie die hem zijn huwelijk kostte. Maar welke jongeling doet dat nou niet, een keer goed het gaspedaal intrappen? En die groepsseksaffaire? Welke gezonde jongen heeft dat nou nooit eens, zo'n vreselijk geile bui?
In plaats van zaken recht te zetten, maakt Kluivert alles erger. Ja, hij is een losbol. Ja hij is naïef. Ja, hij is kinderlijk. Zijn verhaal is soms aandoenlijk, maar vaker irritant. Waar zit je verstand man?, vraagt de lezer zich geregeld af. Kluivert wil en passant het beeld van de onverbeterlijke macho bijstellen. Maar op de cover staat hij met ontbloot bovenlijf en het zweet dat van zijn gespierde tors parelt, kan niet anders dan sensueel bedoeld zijn. Kluivert geilt op zichzelf. Hoedje, zonnebril en een houding van wie maakte me wat. De macho in overtreffende trap.
Zou Kluivert ooit professionele hulp hebben overwogen? Jazeker. ‘Ze hebben me geadviseerd om eens bij een sportpsycholoog langs te gaan. Ik zag dat niet zitten. Je moet er in geloven. En dat doe ik niet zo. Het schrijven van een boek is mijn eigen therapie.'
Zelfde verhaal over de aanhoudende crisis in zijn droomhuwelijk. ‘Een bezoek aan een relatietherapeut zagen we niet zitten. Zo zitten Ans en ik niet elkaar.'
Ans? Jawel, Angela van Hulten, zijn ex. Kluivert is gek op bijnamen. Zijn zoontjes Quincy, Justin en Ruben zijn Quince, Just en Ruub en zelf is hij natuurlijk Patje.
‘Patrick Kluivert gaat met zevenmijlslaarzen door de ontdekkingsfase van het leven. Met alle gevolgen van dien. Ik heb geen moreel oordeel geveld over het gedrag van Kluivert.'
Guus Hiddink in Vrij Nederland, november 1997
Patrick Kluivert had iemand dood gereden en was aangeklaagd wegens verkrachting. Weliswaar vond de rechter dat het idool zich niet aan de voetbalgroupie in kwestie had vergrepen, maar dat hij zijn hoogzwangere Angela grotesk had belazerd, was zonneklaar.
Kluivert veroorzaakte voor Holland - België, de beslissende kwalificatiewedstrijd voor het WK van 1998, een nationale discussie op. Kon zo'n roekeloos en overspelig geval nog wel langer in Oranje? De Telegraaf schreeuwde het uit van verontwaardiging toen Guus Hiddink de trefzekere spits opriep. ‘Een verwerpelijke uitverkiezing', verwoordde chef-sport Taylor de mening van verreweg zijn meeste lezers.
Nederland won met 3-1, Kluivert scoorde en De Kuip juichte hem toe.
‘De kabel? Die heeft niet bestaan. Dat was een geintje.
Elsevier, mei 2006
‘Woedt er soms een rassenstrijd binnen jullie Oranje', vroegen buitenlandse collega's aan Nederlandse voetbalverslaggevers toen Edgar Davids op het EK van '96 hardop zei dat de bondscoach zijn hoofd eens uit de kont van sommige blanke internationals moest halen. Een raciaal conflict? De journalisten wisten van niks. Guus Hiddink trouwens ook niet.
Bij Oranje barstte de bom die bij Ajax was gelegd. Het ging om geld, de blanke routiniers verdienden in Amsterdam aanzienlijk beter dan de aanstormende zwarte jeugd. Maar het was meer de jongeren tegen de gevestigde orde dan zwart versus wit.
De bondscoach, danig geschrokken, bekeek zijn selectie met andere ogen en zag dat de Surinaamse en Hollandse jongens weliswaar niet tegenover elkaar stonden, maar toch behoorlijk langs elkaar heen leefden.
‘De basis van mijn functioneren als coach is communicatie.
Ik heb veel nagedacht over de vraag waardoor gevoelens en gedrag van Surinamers worden bepaald. Het is heel complex en ik wil het graag simpel houden. Ik heb altijd volkomen blanco tegenover iedereen gestaan. Het is onzin om de Surinamers binnen Oranje als een apart slag volk te zien. Clarence Seedorf is een volkomen andere jongen dan Patrick Kluivert. Clarence handelt doordachter dan Patrick, is rationeler en houdt zijn emoties beter onder controle.'
Guus Hiddink in Vrij Nederland, november 1997
Op het EK van '96 was Nederland matig, op het WK, twee jaar later, goed. Oranje had in Frankrijk wereldkampioen kunnen worden, maar strandde onfortuinlijk in de halve finale tegen Brazilië. Strafschoppen. Op het veld én daarbuiten oogde de selectie van Hiddink behoorlijk eensgezind. De bondscoach maakte daar ook werk van. Hij bemoeide zich met de tafelschikking, duldde geen zwarte en witte tafeltjes, maar alleen gemengde. En de ene avond was het Hollandse pot, de andere iets Surinaams.
Hiddink deed nog wat. Hij hield Kluivert een beetje uit de buurt van Edgar Davids en Clarence Seedorf, grote persoonlijkheden met een zwaar intellectueel overwicht op hun iets jongere landgenoot. De kinderlijke Kluivert mocht dan een meeloper zijn, het frappante is, dat uitgerekend hij over de kabel begon. Dat verzinsel over ijzersterke vriendschapsbanden tussen donkere mannen ging een eigen leven leiden. De kabel liep dwars door Oranje en kon bij de geringste onderlinge wrijving tot een breuk in de nationale gelederen leiden, veronderstelde men. Viel allemaal reuze mee en eigenlijk heeft alleen Winston Bogarde een punt gemaakt van het zwart-wit binnen Oranje, en dan ook nog achteraf. In zijn biografie met de ondertitel ‘Deze neger buigt voor niemand' rept hij van een grote blanke samenzwering tegen voetballers met Afrikaanse roots.
Kluivert daarentegen heeft van zijn herkomst nooit ‘een ding' gemaakt. Het speelde ook nauwelijks bij hem thuis.
‘Als het nieuwjaar is, moet je gewassen worden met de zeven geesten. Dat is roodgekleurd water, dat moet je over je hele lichaam doen en laat je opdrogen. We doen dat om boze geesten weg te jagen. Dat is eigenlijk het enige hoor. Voor de rest zijn we best wel Nederlands. We eten altijd voor de televisie. Lekker snel.'
Voetbal 2000, april 1995
‘Kluivert, Kluivert, we worden kampioen!'
De F-Side in 1995, '96 en ‘97
Toen hoofdtrainer Louis van Gaal en chef opleidingen Co Adriaanse het bij Ajax voor het zeggen hadden, hanteerden zij de TIPS-formule. Techniek, inzicht, persoonlijkheid en snelheid als voorwaarden om het in De Meer van belofte tot eerste elftalspeler te schoppen. Bij de onverbeterlijke druktemaker Kluivert twijfelde Adriaanse ernstig aan de P van TIPS. Weinig persoonlijkheid, maar zo ongelooflijk veel natuurlijke aanleg dat hij al op zijn achttiende onstuimig doorbrak in Ajax 1.
‘Ik was net 21 toen ik voor AC Milan ging voetballen. Te vroeg. Naar Spanje had gekund, naar Italië niet. Spanje is gemoedelijker, familialer. In Italië zijn de messen altijd geslepen.'
Elsevier, mei 2006
Een kind nog, maar al wel vader, dertienvoudig international en aanvalsleider van een van de grootste clubs van Europa. Kluivert was in Milaan niet op zijn plek. De zwarte Bergkamp werd hij genoemd, naar zijn illustere voorganger die evenmin zijn weg kon vinden in de loopgraven van de Serie A.
‘Ik was er geen voorstander van dat Patrick een restaurant annex discotheek opende in Barcelona. Zoiets doe je na je carrière. Het wordt zo makkelijk tegen hem gebruikt.'
Paul Foortse in De Volkskrant, oktober 2004
In Barcelona, terug bij Van Gaal, kwam Kluivert tot volle ontplooiing. Gehard door een jaar Italië liet hij zich in volle strafschopgebieden niet langer van de wijs brengen. Zijn feilloze balaanname, handige passeeracties, sluwe passjes en krachtige kopwerk maakten hem tot misschien wel de meest veelzijdige spits ter wereld.
Maar na vijf vrolijke Spaanse jaren was het ineens uit met de pret. Kluivert liet ballen van zijn voeten springen, miste het doel steeds vaker en belandde op de reservebank. Zijn energie stak hij de Carpe Diem Lounge Club, een hippe uitspanning in bruisend Barcelona. Carpe Diem, pluk de dag, maar volgens de Spaanse boulevardpers plukte Kluivert liever de nacht.
‘Voor het geld hoef ik het al lang niet meer te doen, maar de bedragen die in Qatar en Dubai worden betaald zijn een aardige bijkomstigheid. Een unieke ervaring om je leven te verrijken in een prachtig land.'
Kluivert, de autobiografie
Zijn zesde seizoen bij Barcelona, een jaar Newcastle United en een jaar Valencia hebben niet zo veel meer heel gelaten van de superatleet Kluivert. Is hij het feestbeest geworden dat de schandaalpers in hem vermoedt, verslaafd aan sex, drank en pillen? Zijn pafferige gezicht duidt op een verdachte levenswandel, maar in zijn boek beweert hij met grote stelligheid dat er een fout beeld van hem wordt geschetst.
Vandaar die onbedwingbare behoefte tot recht zetten.
Het boetekleed dat Kluivert in het voorwoord belooft aan te trekken, hangt hij voornamelijk om de schouders van anderen, foute vrienden, onbetrouwbare trainers en journalisten die de pik op hem hebben. De autobiografie is het gezeur van een dreinend kind.
Hoe ver hij nog verwijderd is van volwassenheid, blijkt uit Kluiverts toekomstvisie. Als hij later groot is, wil hij misschien wel kok worden, of voetbalanalyticus op tv, maar het aller, allerliefst filmster, bij voorkeur de held in stevige actiefilms.
Maar eerst nog een beetje voetballen. In Eindhoven, het voorportaal van de woestijn. Want daar moet het eindigen, in Qatar, of Dubai. Prachtige landen, volgens Patje.
Jaap Visser - september 2006

