Weten ze bij Ajax wel dat Bob Marley een fan was?
SPITS - 29-03-'10
Vragende gezichten op de perstribune in de Arena. ‘Wat doe jij daar in hemelsnaam in een supportersvak?’, leken ze te zeggen. Ik wees op het stralende mannetje naast mij, in Ajax-shirt en met een Ajax-sjaal. Op de perstribune werd begrijpend geknikt. Mijn zoon Lev is acht en bijkans net zo voetbalmaf als ik op die leeftijd. Eind vorig seizoen kwam hij mij meedelen dat hij had besloten dat hij ‘één, voor Ajax’ was ‘en twee, voor FC Twente.’ Aangezien wij in Oegstgeest wonen, op een half uurtje van de Arena, zei ik blij te zijn dat hij niet had besloten dat het andersom was.
Omdat ik niet meer in de verslaggeving zit voor een dag-, week- of maandblad, maar mij hoofdzakelijk nog met boeken bezighoud, heb ik mijn perskaart ingeleverd. En vanwege mijn Ajax-zoon ben ik na dik vijfentwintig jaar van de journalistentribune weer in een gewoon vak beland. We zijn nog zoekende naar de beste stek in de Arena, maar ik geloof dat we die gisteren hebben gevonden. We hebben een paar keer op Noord gezeten, maar daar vond ik het te ruig aan toe gaan, qua kut, kanker, tyfus en nog meer armoedige krachttermen die Lev met zijn oortjes deed klapperen.
Gisteren hadden we kaarten voor vak 406, Zuid, en we zaten een stukje uit elkaar. Maar niet voor lang, want een kordate dame, een moeder ten top, regelde dat er in 406 wat stuivertje werd verwisseld zodat vader en zoon herenigd konden worden. Lev kwam te zitten naast een allervriendelijkste onderwijzer met wie we aan de praat raakten. We kregen het over Three little birds, het liedje van Bob Marley dat toevalligerwijs zo’n enorme hit op de Ajax-tribunes is geworden (‘Don't worry about a thing, cause every little thing gonna be all right’). Ik vertelde het verhaal dat ik ooit van Gerrie Mühren had gehoord, over een muzikaal neefje van de oud-Ajacied dat in een Marley-museumpje op Jamaica een boek vond met namen van personen die de betreurde reggaeprofeet bewonderde. Mühren: ‘Ziet hij daar ineens mijn naam staan. Marley was een fan van Ajax en dan vooral van Gerrie Mühren. Toen ik dat hoorde, ben ik wel even stil geweest.’
Bob Marley een Ajax-fan, daar was onze schoolmeester op zijn beurt even stil van. Waarna het goede nieuws als een lopend vuurtje door vak 406 ging.
Jaap Visser - 29-03-'10

